30 jaar Schadegarant: Terugblik met Jo & Maurice Koenen – Schadenet Koenen

Wiebke Eijsvogels

Wiebke Eijsvogels

Marketing & Communicatie Manager

Vorig jaar, op 29 november 2022, was het 30 jaar geleden dat Schadegarant werd opgericht. Die mijlpaal vieren wij 12 maanden lang samen met onze partners. Deze maand halen we herinneringen op met Jo en Maurice Koenen van Schadenet Koenen met drie vestigingen in de regio Zuid-Limburg. De schadeherstelcarrière van de inmiddels tachtigjarige Jo begint in de zestiger jaren. Zoon Maurice weet nog goed hoe zijn vader in het begin moest knokken om verder te komen. Jo en Maurice zijn al vanaf het allereerste begin aangesloten bij Schadegarant.

We ontmoeten vader en zoon op één van hun drie bedrijven in Geleen. Maar dit is niet de plek waar het voor Schadenet Koenen allemaal begon. Jo (1942) en Maurice (1970) komen uit Hoensbroek. Beiden begonnen daar aan een lange carrière in de schadeherstelbranche. Voor Maurice was dat rond zijn 16e al een min of meer voor de hand liggende keuze, bij Jo liep dat iets anders.

1960: Geen mol

De tachtigjarige Jo komt uit een gezellig Limburgs gezin van acht kinderen, allemaal jongens. Zijn vader werkte 42 jaar lang in de kolenmijnen van de staat. Voor Jo was het dus logisch dat ook hij bij de Staatsmijnen aan de slag ging. Op zijn 1ste werkdag was hij 14 jaar oud. Drie jaar later zou hij voldoende kennis en ervaring hebben om op dieptes van zo’n 800 meter te kunnen werken. ‘Dan werkte je op je buik in de vuiligheid, in een ruimte die niet hoger was dan 60 centimeter’ legt hij uit. Dat vond hij helemaal niks en zei op een gegeven moment tegen zijn vader: ‘Ik stop ermee, ik ben geen mol’. Zijn vader was het daar absoluut niet mee eens. Zo lang je thuis bleef wonen, moest de kost wel verdiend worden. Stoppen mocht hij dus niet.

Voor Jo bracht de dienstplicht dan ook een goede uitweg. Zijn dienstverband bij de Staatsmijnen behield hij, maar zo wist hij wel een aantal jaren aan het ondergrondse werk te ontsnappen. Hij werd eerst goedgekeurd voor het Korps Mariniers en later ook voor het Korps Commando Troepen. Met deze elite-eenheden werd hij uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Daarna is hij nog een tijd gestationeerd geweest op Curaçao. Ondanks dat het Korps Mariniers écht zijn korps was, wilde hij in 1962 toch weer terug naar Nederland.

Eenmaal terug, Jo was 20 jaar oud, moest hij zich natuurlijk meteen melden bij de Staatsmijnen. Dat deed hij ook, maar wel met de mededeling dat hij daar nooit meer terug zou komen. Jo vertelt lachend: ‘Het antwoord heb ik niet eens afgewacht, ik ben meteen weggelopen’. Zijn vader zou hem buiten zetten als hij geen werk had. Dus is hij als tijdelijke oplossing tuintjes gaan harken in Duitsland. Hij moest iets.

Een paar jaar later, rond 1965, kwam Jo terecht bij garagebedrijf Smeets. Een familiebedrijf bij hem in de buurt waar ook autoschades hersteld werden. Hij deed daar alle werkzaamheden. Specifieke opleidingen en functies voor schadeherstellers bestonden er toen nog niet. Je ging gewoon aan het werk.

1970: Schuurtje achter het huis

De eigenzinnige Jo bleef niet bij Smeets werken, hij vertelt: ‘Ik had me dat eens goed bekeken daar en dacht bij mezelf: wat die kunnen, dat moet ik ook eens gaan proberen.’ Met zijn eerste vrouw en de pasgeboren Maurice bewoonde hij destijds een huurhuis in een van de woonkoloniën (mijnwerkerswijken) van Hoensbroek. In de achtertuin bouwde hij een schuurtje. Jo: ‘Ik kon er net twee auto’s binnen krijgen en had alleen een hete lucht kanon op petroleum. En geen geld!

Zonder geld moest hij creatief zijn. Jo had bijvoorbeeld geen richtbank of iets wat daar een beetje op leek. Hij bond de auto’s gewoon vast aan de boom naast zijn schuurtje om ze recht te trekken. Regels waren er toen nog niet zo veel. De thinner die Jo groot inkocht, bewaarde hij in de serre achter het woonhuis. Daar stonden rustig 40 jerrycans van 10 liter opgesteld. Enigszins beschaamd zegt Jo: ‘Je moet er niet aan denken als daar brand was uitgebroken, dan was de hele straat afgebrand’.

Van jongs af aan was Maurice al geïnteresseerd in autoschadeherstel

Spuiten kon echt niet in het schuurtje. Hiervoor moest Jo elke auto naar een collega in het stadsdeel Heerlerheide brengen. Het was maar een stukje van twee kilometer, maar het kostte natuurlijk veel tijd. Voor het gemak gebruikte hij er een dolly voor. Dat was een soort aanhangertje waar een auto met twee wielen op werd gezet zodat je die achter je auto kon slepen. Inmiddels is het gebruik van dolly’s in Nederland verboden en dat is niet voor niets. Jo lacht instemmend: ‘Het kwam inderdaad wel eens voor dat ik met een lege dolly bij de spuiterij aankwam. De schadeauto was ik dan ergens onderweg verloren.

Het ondernemerschap lag Jo wel. Hij ging graag op stap en kende daardoor ontzettend veel mensen in de regio. Deze contacten en de onderlinge gunning die daaruit voortvloeide, leverde hem een constante stroom werk op. Alles wat hij verdiende spaarde hij op om ooit zelf een écht bedrijf te kunnen starten.

1978: Bedrijfspand met woning

Met pijn en moeite lukte het in 1978 om een stuk grond van de gemeente Hoensbroek te kopen. Jo moest hiervoor al zijn spaargeld investeren en een lening van 175.000,- gulden (omgerekend ongeveer 79.500,- euro) bij de bank afsluiten. Van dit geld bouwde hij zelf een loods die hij als professioneel schadeherstelbedrijf, inclusief spuitcabine, inrichtte. De kavel was groot genoeg om er ook een woonhuis bij te bouwen. Maar daar was op dat moment geen geld voor. Dus pendelde hij de eerste jaren heen en weer.

In deze begintijd bestond er nog geen gestuurde schadestroom vanuit verzekeraars. Leasemaatschappijen waren nog maar net in opkomst. Ook waren er geen contracten met dealerbedrijven zoals die er nu zijn. Die onzekerheid en de zorg voor het personeel dat hij dienst had genomen, bezorgde Jo vaak slapeloze nachten: ‘Ik was altijd bang voor een faillissement. Dan zou ik ook al mijn spaargeld kwijt zijn en de lening moest wel terugbetaald worden.’ Toch lukte het hem week in, week uit om zijn bedrijf vol te krijgen.

Ondanks dat Jo voortdurend twijfelde over de toekomst, gingen de zaken zo voorspoedig dat er na een paar jaar een mooie woning voor het bedrijfspand gebouwd kon worden. Een lening van de bank had hij daar niet meer voor nodig. Niet veel later kreeg hij het voor elkaar om de oprit van de buren erbij te kopen. Daar moest hij zowat evenveel voor betalen als het hele pand zelf, maar met twee opritten werkte het gewoon een stuk efficiënter. Om meer parkeerplekken te creëren kocht hij daarna alle stroken grond om het pand heen op. Het pand fungeert vandaag de dag nog steeds als schadeherstelbedrijf.

Maurice was van jongs af aan al geïnteresseerd in auto’s en alles wat daarmee te maken heeft. In het begin combineerde hij het werk bij zijn vader in de zaak nog met zijn opleidingen. In 1988 stapte hij, op 18-jarige leeftijd, officieel in het bedrijf. Vanaf nu ging hij, inmiddels in bezit van zijn middenstandsdiploma, echt samen met pa ondernemen. Het bedrijf groeide in die jaren stevig door en er werd tot twee keer toe verbouwd. Maar na vijf jaar begon de werkplaats toch écht te klein te worden.

1993: Schadegarant

Het moet ergens begin 1993 geweest zijn dat Jo en Maurice benaderd werden door Frits Hillebrandt die toen, nadat hij autoschade-expert bij Delta Lloyd was geweest, net in dienst was gekomen bij de FOCWA. Frits kreeg destijds de opdracht om schadeherstelbedrijven te selecteren voor het Garantiefonds van de FOCWA. Vanuit zijn functie als expert kende hij Jo en Maurice natuurlijk erg goed. Frits: ‘Dus ik belde Jo op en zei tegen hem: Ik kan je geen Centraal Beheer (Achmea) aanbieden, maar ik heb wel iets anders voor je met veel potentie.’

Met een aantal kleine investeringen, waaronder een aansluiting op het Audatex calculatiesysteem, kon Autoschade Koenen binnen een maand voldoen aan de strenge eisen van het FOCWA Garantiefonds. Vanwege de grote behoefte aan hertstelcapaciteit in de regio Zuid-Limburg, mochten zij niet veel later ook het Schadegarantschild op de gevel schroeven. Zo deden zij vrijwel geruisloos al vanaf het allereerste begin mee in het netwerk van Schadegarant.

1995: Nieuw pand in Heerlen

Zoals gezegd werd het pand in Hoensbroek echt te klein. Er moest wat gebeuren. Maurice en Jo besloten een nieuw pand te laten bouwen. Ze kochten grond aan op een nieuw industrieterrein in Heerlen en lieten er een drie keer zo groot pand bouwen. Op dat moment waren zij nog het eerste bedrijf op die locatie, maar al gauw kwamen er een meubel- en autoboulevard bij. Op deze locatie zitten ze nu nog steeds.

Schadenet Koenen – Heerlen

1997: Strak en Stralend

Het op de groei gekochte nieuwe pand moest natuurlijk zo snel mogelijk vol komen. Schadesturing was in die tijd booming. Naast Schadegarant kwamen er meerdere sturingsconcepten van verzekeraars op de markt en groeide de autoleasesector exponentieel. Ook schadeketens waren sterk in opkomst. Meestal geïnitieerd door de lakfabrikanten die op die manier hun producten makkelijker konden wegzetten. Maurice legt uit: ‘Iedere lakboer richtte een eigen club met schadeherstellers op. Zo had je:

  • Glasurit (BASF) met ‘Ratio Partners’ dat later AHG werd
  • Sikkens (Akzo) met ‘Acoat Select’ dat later ABS werd
  • Dupont met ‘Fife Star Partners’ dat later AAS werd
  • Spies Hecker (Metalak) met ‘Strak en Stralend’ dat later Schadenet werd.

Schadenet wilde ook graag voet aan de grond krijgen in Limburg en stond al snel bij Maurice en Jo op de stoep. De aansluiting bij Schadenet betekende een verbinding met landelijke partijen van boven de rivieren die anders niet tot stand kwam. Het bedrijf van Maurice en Jo heette vanaf die tijd Schadenet Koenen.   Maurice: ‘Het is een hele goede zet geweest om dit zo te doen. We hebben er tot op de dag van vandaag geen spijt van gehad.’ In december 1998 werd Schadenet onafhankelijk van Metalak.

2005: Extra ruimte in Maastricht

Het veel grotere nieuwe pand in Heerlen begon eigenlijk ook weer uit z’n voegen te groeien. Uitbreiden op die locatie bleek echter onmogelijk. Dus begonnen Maurice en Jo zich op een nieuw stuk grond te oriënteren. Het zou weer een enorme investering gaan betekenen. De bekende twijfel sloeg ook nu weer toe, zoals Jo het vertelt: ‘Toen kwam toch weer die vrees, hè. Moeten we dit nu wel doen?

Zoals dingen kunnen lopen, diende er zich een andere oplossing aan. Maurice kreeg het aanbod om een bestaand schadeherstelbedrijf in Maastricht over te nemen. De overnameprijs was zeer gunstig. Maar het gehuurde pand niet. Te groot en vooral veel te hoog, de stookkosten waren gigantisch. Het personeel en de klanten zouden meegaan met de overname. Voor Schadenet Koenen was het toch een aantrekkelijk aanbod. Een vestiging in Maastricht betekende dat het werk dat vroeger van Maastricht naar Heerlen getransporteerd moest worden voortaan daar kon blijven voor het herstel. Zo kwam er meer efficiency en minder druk op het pand in Heerlen.

Binnen twee dagen was de overname rond en was Schadenet Koenen Maastricht een feit. Het succes van deze overname is volgens Maurice en Jo vooral te danken aan de medewerker uit Heerlen die daar vestigingsmanager werd. Maurice: ‘Maastricht is echt heel anders dan Heerlen. Deze medewerker heeft Maastrichtse roots waardoor hij een goede aansluiting kon krijgen met de Maastrichtenaren’. Na een jaar of 5 kwam er aan de overkant een geschikter pand vrij. Dat werd aangekocht en daar zijn ze verder gegaan tot op de dag van vandaag.

Schadenet Koenen – Maastricht

2017: Overname Care bedrijven

Verbaasd. Dat waren Maurice en Jo toen Schadenet eind 2016 in de keten peilde welke ondernemers er eventueel interesse hadden in de overname van een of meerdere Care bedrijven. Care Autoschade, destijds de grootste schadehersteller van Nederland, stond op het punt failliet te gaan. Dat ongelofelijke nieuws bleek niet veel later echt waar te zijn. Care had in de regio Zuid-Limburg drie vestigingen. In de plaatsen Geleen, Kerkrade en Maastricht. Maurice nam ze alle drie over. Het pand dat Care in Maastricht huurde was echt heel mooi en nieuw, maar ook erg duur. Maurice: ‘Om die reden besloten we om daar, jammer maar helaas, niet mee verder te gaan.’ Het personeel ging over naar de vestiging in Maastricht. Het pand in Kerkrade was daarentegen oud en lag niet gunstig. Het besluit om daarmee niet verder te gaan was niet moeilijk. Het personeel kon in Heerlen terecht. Het pand in Geleen was op alle fronten prima en op deze locatie is een doorstart met het personeel gemaakt.

Schadenet Koenen – Geleen

Toekomst

Voor de toekomst heeft Maurice nog de wens om uit te breiden naar de gemeente Roermond. Dat is op dit moment nog de enige lege plek. Met een bedrijf in die regio is Schadenet Koenen in staat om de hele regio te bedienen. ‘Een mooi doel om na te streven’ vindt Maurice.

Nog verder naar de toekomst gekeken geeft Maurice aan dat er geen opvolger in de familie zit. ‘Ik heb één dochter en zij volgt een studie in een totaal andere richting. Zij heeft geen interesse in het bedrijf en dat vind ik helemaal niet erg..’ Maurice gunt zijn dochter een toekomst waar ze zelf voor kiest. Het toekomstperspectief voor een schadeherstelbedrijf is door de jaren heen flink veranderd. Tegenwoordig doe je alleen mee als je een grote speler bent. Als eenling lukt het niet meer.

Jo bemoeit zich zakelijk al heel lang niet meer met de bedrijfsvoering. Immers, is het bedrijf al heel lang van Maurice. Zo lang Jo nog fit genoeg is, rijdt hij nog graag op de vrachtwagen. Voor de toekomst zal Maurice blijven proberen het beste uit de onderneming te blijven halen.

Logo_20181022_NN_rgb_fc
20221107_OHRA_Logo_LR (1)
Logo_AAV
Logo-a.s.r.-2024-RGB-schaduw lage resolutie
a.s.r-ik-kies-zelf - vierkant-RGB
De Goudse Verzekeringen_Logo_2024_RGB
Logo_De Zeeuwse
Logo_Ansvar
MSIG_Europe_standard_RGB_jpg
TVM Verzekeringen (209)
Logo_SomLogo
Logo_De Burcht-300x103
Logo-google-KB
Mercurius_Logo+Vlak_DP_rgb
Rhion

Voordelen

Ontdek de voordelen voor consumenten

Een lager of geen eigen risico
Kosteloos vervangend vervoer tijdens herstel
Gegarandeerde herstelkwaliteit
4 jaar garantie

Autoschade? Vind een herstelbedrijf bij u in de buurt

Zoek een bedrijf