Duurzaamheid bij Autoschade Centrum Hilversum
Met het item ‘Duurzaam’ brengen we telkens een bedrijf uit ons netwerk in beeld. We selecteren dit bedrijf omdat het iets bijzonders doet op het gebied van duurzaamheid en stellen daar een aantal vragen over. Deze keer zijn we bij Autoschade Centrum Hilversum waar we met directeur en eigenaar Hugo Lijding spreken over hoe het verduurzamen op zijn pad kwam. Wat hij er vervolgens mee deed, ook voor andere bedrijven, had hij zelf vooraf ook niet bedacht.
Zo begon het
Als eigenaar van drie bedrijven, waaronder het bij Schadegarant aangesloten schadeherstelbedrijf Autoschade Centrum Hilversum (ACH), begon Hugo Lijding al vrij snel door te krijgen dat er iets moest gebeuren op het gebied van duurzaamheid. Toch werd hij hier pas echt op aangezet toen de gemeente Hilversum hem in 2017 benaderde om, samen met een aantal andere bedrijven, een vergroeningsconvenant aan te gaan. ‘Toen noemde men dat nog ‘vergroenen’, ja. Tegenwoordig heet het verduurzamen.’ lacht Hugo.
Stappenplan
De gemeente Hilversum vatte het plan op om met een vijftal, onderling sterk verschillende, bedrijven een Green Deal te sluiten. Dit hield in dat zij deze bedrijven gingen helpen om koploper te worden als het gaat om verduurzamen. Ze kozen ACH omdat daar ‘iets met verf’ gebeurt en daarvan is bij iedereen bekend het vervuilend is. Daarnaast deden het vliegveld van Hilversum, een begrafenisondernemer, een accountant en een sportschool (die tevens het zwembad beheert) mee. Later sloten er nog vijf bedrijven aan en met z’n tienen maakten ze een stappenplan om te verduurzamen.

Elektricien
Dat stappenplan begon met het heel simpel vaststellen wat je op dat moment met je bedrijf aan het doen bent. Hugo legt uit: ‘Dat is nodig om überhaupt iets aan reductie te kunnen doen’. ACH nodigde als eerste een elektricien uit. Door eerst alle apparaten en de verlichting in het pand uit te zetten en vervolgens alles één voor één weer aan te zetten, kon de elektricien meten hoeveel stroom er per onderdeel werd verbruikt. Hugo: ‘Dan krijg je niet alleen een beeld van hoe je eigen bedrijf er op dat moment uitziet, er ontstaat ook awareness over het verbruik’. Die bewustwording maakte dat ACH verder ging nadenken over bijvoorbeeld plastic afval, glas, verfresten, de energierekening, etc.
CO2 footprint
Om nog meer inzicht te krijgen is ACH vervolgens aan de slag gegaan met het in beeld brengen van hun CO2 footprint. Via de gemeente Hilversum werden zij hierbij begeleid door Stimular. Dat is een organisatie die bedrijven helpt om CO2 neutraal te worden. Zij werken met een soort invuloefening, een vragenlijst, die dieper ingaat op hoeveel een bedrijf inkoopt en verbruikt. Maar bijvoorbeeld ook hoeveel medewerkers er in dienst zijn, hoe ver die van het bedrijf af wonen en op welke manier (met de fiets of de auto) zij naar hun werk gaan. ‘Al dat soort dingen vul je daar in en dan komt er als resultaat een CO2 footprint uit. Dat betekent hoeveel CO2 je met je bedrijf aan het verbranden bent.’ licht Hugo toe.
Zonnepanelen
‘Dan is het vervolgens de truc om te zorgen dat je die CO2 footprint in een aantal stappen naar beneden gaat brengen.’ gaat hij verder. Voor ACH was dat geen moeilijk besluit. Hugo was in die tijd namelijk al met zijn zakelijk partner, van wie hij het garagebedrijf overgenomen heeft, aan het nadenken over het investeren in zonnepanelen. Destijds hadden zij al het idee dat daar een voordeel te halen moest zijn. Sowieso voor hun eigen bedrijven, maar wellicht ook voor meerdere bedrijven die op het hetzelfde bedrijventerrein gevestigd zijn. Dit was het moment om daar concreet mee aan de slag te gaan. Maar helemaal vanzelf ging dat niet.
Energiecoöperatie
Als particulier is het heel makkelijk om aan te sluiten bij initiatief zoals de postcoderoos voor het collectief opwekken en afnemen van hernieuwbare energie. Zakelijk mag dat echter niet zomaar. Iedereen die meer dan 1 megawatt stroom per jaar opwekt, ziet de Nederlandse wet als een energieleverancier. Hoe ga je daarmee om? Hugo legt uit: ‘Met 14 bedrijven die op dit bedrijventerrein zitten hebben we de koppen bij elkaar gestoken en een soort collectief, een eigen energiecoöperatie, opgericht.’ Via deze coöperatie leveren deze 14 bedrijven nu de zelf opgewekte stroom aan zichzelf.
Dikke kabel
In totaal gebruiken de 14 bedrijven met elkaar zo’n 1,5 megawatt aan elektriciteit gedurende het jaar. Het doel was om minimaal die hoeveelheid zelf op te wekken met zonnepanelen. Er werd op het terrein één dak vrij gemaakt en ondersteund om er 520 zonnepanelen op kunnen te plaatsen. Die zonnepanelen leveren stroom aan alle 14 bedrijven. Vroeger waren er 14 losse aansluitingen nodig waarmee elk bedrijf energie bij een leverancier afnam. Die zijn inmiddels allemaal verwijderd en in plaats daarvan ligt er nu één hele dikke nieuwe kabel. Die kabel heeft een diameter van circa 30 cm. Volgens Hugo begint daar het voordeel al: ‘In plaats van 14 keer apart, betalen we nu nog maar één leer netbeheer en één keer energiebelasting. We hebben één hoofdmeter en daarachter zitten 14 eigen aansluitingen voor de bedrijven. Hierdoor hoeft er ook nog maar één keer iemand te komen om de meterstand op te nemen.’
Elektraneutraal
Als energieleverancier mogen de 14 bedrijven nu nog terug leveren aan het net, maar deze regeling wordt op termijn afgeschaft. Zo lang het kan blijven ze hier natuurlijk nog gebruik van maken en denken ze ondertussen na over de toekomst. Met de huidige 520 zonnepanelen wekken ze op zonnige dagen meer energie op dan dat ze verbruiken. Hugo: ‘Voor het terug leveren krijgen we een minimaal bedrag. Zeg we leveren voor een dubbeltje in de zomer, dan krijgen we er in de winter 5 cent voor terug. Maar dat is voldoende voor ons om de kosten eruit te halen. En dan hebben we aan het eind van jaar met z’n veertienen ook nog een beetje winst over. Net genoeg voor een gezellige borrel!’ Sinds 2019 is de elektriciteitsrekening van deze 14 bedrijven dus nagenoeg nul euro. Op het bedrijventerrein is op dit moment nog een dak over waar 400 panelen op kunnen. Dat is een van de volgende stappen voor de toekomst.
Self supporting
Als volgende verduurzamingsstap willen de 14 bedrijven graag volledig onafhankelijk worden van fossiele energie. Dus ook op de dagen dat de zon niet schijnt. Om dit te realiseren startten ze onlangs gezamenlijk een nieuw project. Hugo: ‘Het nivelleren mag straks niet meer. Dus gaan we voor dit project ook kleine windturbines inzetten en zijn we bezig met batterijen.’
In eerste instantie leken batterijen niet mogelijk omdat de brandweer daar bezwaar tegen maakt. Net zoals bij een elektrische auto moet de brandweer ook voor een ‘losse’ batterij die smeult of brandt met een container vol water komen om zo’n batterij in onder te dompelen. Dat is de enige manier om effectief te blussen. ‘Wij hebben het daarom andersom bedacht. We zijn van plan om vijf batterijen te plaatsen bij een bedrijf dat vroeger vuurwerk verkocht. Die hebben namelijk van die bunkers onder hun pand en daar kunnen we de batterijen, van een kuub per stuk, heel goed in kwijt. Als het fout gaat, laat je die bunkers eenvoudig vol lopen met water.’ aldus Hugo.
Ondanks deze creatieve oplossing voor de brandveiligheid, is de aanschaf van batterijen nog steeds erg duur. Daar komen dan de kosten voor de aansluiting nog bij. ‘Het verdienmodel wordt daardoor wel iets anders. Maar het grote voordeel is dan natuurlijk wel dat je dan volledig self supporting bent.’
Olievlek
De projecten waar Hugo op zijn bedrijventerrein mee bezig is, blijven niet onopgemerkt: ‘Op een gegeven moment werd ik benaderd door de ondernemersvereniging van Hilversum met de vraag van wat jij daar bij jou op het terrein in het klein hebt gedaan, kunnen we dat niet groter aanpakken?’. Voor Hugo, inmiddels besmet met het duurzaamheidsvirus, geen punt natuurlijk!
Inmiddels zijn de beschikbare daken van alle geïnteresseerde Hilversumse bedrijven geïnventariseerd. Het plan is om die daken te exploiteren door er zonnepanelen op te leggen en de opgewekte energie dan met elkaar te delen. Hugo geeft een voorbeeld: ‘De een heeft bijvoorbeeld een klein IT-kantoortje met vijf kantoorruimtes en geen dak, terwijl het een transportbedrijf dat beschikt over een opslagloods een heleboel dak over heeft’. Het idee is dat het kleine IT kantoortje dan voor een minimaal bedrag een aantal vierkante meter van dat dak inclusief de zonnepanelen van het transportbedrijf huurt. In ruil daarvoor krijgt het IT-bedrijf de energie geleverd die die zonnepanelen opwekken. Als het transportbedrijf bereid is om nog meer stukken van zijn dak met zonnepanelen te verhuren, kunnen er nog meer bedrijven op die manier aan goedkope en duurzamer energie komen. Zo maak je er een collectief van dat zich, als een olievlek, over heel Hilversum verspreidt.
Grootste zonnedak van Hilversum
Het doel is om 60% van de industrie- en bedrijventerreinen van Hilversum vol te leggen met zonnepanelen. Er is onder de bedrijven in Hilversum veel animo voor. Dus wordt er nu ook een energiecoöperatie opgericht conform het project van Hugo met de 14 buur-bedrijven. Volgens Hugo is het allemaal geen rocket science: ‘Als je alles bij elkaar legt, kan er in een keer een hele hoop. Je moet alleen maar samen als ondernemers wat met elkaar gaan doen. En dan kan je wel verder.’
Specialistenwerk
Hugo zelf werkt dit grote project niet verder uit. Dat laat hij liever over aan echte specialisten op dit gebied. ‘Voor mij was het een bijkomstig product: Ik heb een bedrijf en ik moest iets met duurzaamheid. Als ik hier helemaal voor ga, dan wordt het een hoofdproduct en heb ik geen tijd meer voor mijn bedrijf. Daar heb ik geen zin in. Wel wil ik andere ondernemers helpen door uit te leggen hoe je het zou kunnen doen.’
Holy Grail
Aan de zijlijn blijft Hugo toch nog erg betrokken. Veelal in de avonduren neemt hij bijvoorbeeld deel aan een projectgroep vanuit de ondernemersvereniging. Daar wordt zijn kennis en ervaring erg op prijs gesteld. Hugo is er nuchter over: ‘Ik zeg niet dat wij the Holy Grail hebben, echt niet. Mijn advies aan andere bedrijven is: ga praten met andere ondernemers die al een stukje van hun sporen verdiend hebben en leer van hun fouten. Als je erover gaat praten blijkt dat er heel veel kan en heel veel mogelijk is.’















