30 jaar Schadegarant: Terugblik met Wybe Posthuma en Toine Beljaars
29 november 2022 was het 30 jaar geleden dat Schadegarant werd opgericht. Die mijlpaal vieren wij 12 maanden lang samen met onze partners. Deze maand halen we herinneringen op met Wybe Posthuma en Toine Beljaars. En dat zijn er nogal wat. Als voorzitter van de FOCWA werkte de inmiddels 83-jarige Wybe Posthuma jarenlang samen met de toenmalig directeur Toine Beljaars. FOCWA fuseerde deze maand met BOVAG. Betekent het verdwijnen van deze vertrouwde naam het begin van een nieuw tijdperk? Tijdens onze mini-reünie concluderen beiden dat er in al die jaren heel veel en tegelijkertijd ook eigenlijk niets veranderd is. De thema’s van toen, zijn in deze tijd nog steeds relevant.
Iets harder lopen
De levenspaden van Wybe en Toine kruisten elkaar in 1988. Het jaar dat Toine bij FOCWA kwam werken. Wybe zat er toen al geruime tijd. Als directeur-eigenaar van zijn bedrijf, Autoschade Posthuma in Leeuwarden, had hij al langer met de FOCWA van doen. ‘Over het algemeen weet ik waar ik over praat en ik heb een grote mond’ vertelt Wybe. Dat is volgens hem de reden dat hij destijds in Friesland door andere schadeherstellers uit de regio naar voren werd geschoven als regiovoorzitter van de FOCWA. Door iets harder te lopen kon Wybe dit er wel naast doen.
Praten in Oegstgeest
De naam FOCWA staat voor Federatie van Ondernemers in de Carrosserie- en Wagenbouw en Aanverwante bedrijven. De in 1936 opgerichte koepelorganisatie bestond aanvankelijk uit drie verenigingen die zelfstandig opereerden voor hun eigen doelgroep. Dat waren Schadeherstellers, Specialisten en Carrosseriebouwers. In de statuten was vastgelegd dat het landelijke bestuur van de FOCWA enkel mocht bestaan uit leden die zelf een onderneming hadden in een van deze drie branches. Het exacte jaartal weet Wybe niet meer, wel weet hij nog goed dat de toenmalige voorzitter een carrosseriebouwer was. Daardoor vond men dat er te weinig kennis vanuit de schadeherstelsector in het bestuur vertegenwoordigd was. En dat was de reden dat Wybe op enig moment benaderd werd om eens te komen praten in Oegstgeest, waar de FOCWA in die tijd nog gevestigd was.

Het pand aan de Oranjelaan in Oegstgeest
Een oude toestand
Wybe vond dat wel interessant: ‘Ik was nieuwsgierig en wilde graag nieuwe mensen leren kennen.’. Dus ging hij het gesprek aan. Veel tijd had Wybe niet nodig om erachter te komen dat er bij de FOCWA genoeg te doen zou zijn. ‘Het was een oude toestand daar, op alle fronten. De denkwereld was gewoon niet goed, alles kon beter.’, aldus Wybe. Hij werd aangesteld als bestuurslid met schadeherstel als aandachtsgebied. Na een aantal jaren samengewerkt te hebben met de toenmalige algemeen secretaris (later algemeen directeur genoemd) werd deze ernstig ziek. De secretaris Schadeherstel was onlangs met pensioen gegaan en zo gebeurde het dat er eigenlijk niemand was die de taken van de algemeen secretaris kon waarnemen. Kort daarvoor had Wybe al contact gelegd met Toine Beljaars, die op dat moment nog bij Achmea Schadeservice werkte. Toine werd aangetrokken voor Schadeherstel en er kwam ook iemand voor Carrosseriebouw bij.
Whisky en sigaren
Toine heeft de oude situatie nog heel even meegemaakt. De gepensioneerde secretaris Schadeherstel heeft hem uiteindelijk ingewerkt, maar dat was niet meteen duidelijk. ‘Dat was een tijd!’ lacht Toine. We hebben het over het jaar 1988. Zijn eerste werkdag bij de FOCWA zal hij nooit meer vergeten: ‘Niemand wist dat ik er was, ze wisten überhaupt niet dat ik zou komen.’. De eerste vergadering die hij bijwoonde, verliep ook niet helemaal zoals hij dat gewend was: ‘Toen we eenmaal zaten, ging eerst de kast open. Daar kwam een fles whisky en een doos sigaren uit. Vervolgens hebben we twee uur lang lekker zitten ouwehoeren’. In de dagen die daarop volgden kwam Toine erachter dat dit geen uitzondering was. Ook bleek er nauwelijks werk op hem te wachten. Na zijn eerste werkweek belde hij Wybe op om deze situatie te bespreken.
Hoe verder?
In dat gesprek besloten Wybe en Toine dat het zo niet langer door kon gaan. Beiden waren zeer goed op de hoogte van het wel en wee in de samenwerking tussen verzekeraars en schadeherstelbedrijven. Zij zagen dat er op dat vlak echt heel veel kon verbeteren. Ook zagen ze dat er op nog veel meer aandachtsgebieden een rol voor de FOCWA weggelegd was. Hoogste tijd dus om orde op zaken te stellen. Maar hoe pak je dat aan? Er werd een adviesbureau ingeschakeld die de hele organisatie in kaart bracht en vervolgens een advies uitbracht over hoe het verder moest met FOCWA en de opvolging van de algemeen secretaris. Zij adviseerden om Wybe te benoemen tot landelijk voorzitter en Toine daarnaast als algemeen secretaris (later algemeen directeur) aan te stellen. Dat advies werd opgevolgd.

Het nieuwe pand aan de Warmonderweg in Sassenheim
Oprichting van het Garantiefonds
Vanaf dat moment zijn Wybe en Toine aan de slag gegaan om de hele zaak grondig te reorganiseren. Zo richtten ze onder andere het FOCWA Garantiefonds op. Dat Garantiefonds speelde een belangrijke, misschien wel doorslaggevende, rol in de ontstaansgeschiedenis van Schadegarant. Daarover later meer.
Om het Garantiefonds goed weg te zetten, namen Wybe en Toine een vijf man sterke buitendienst aan. Een van die vijf medewerkers was Frits Hillebrandt die jaren later relatiemanager werd bij Schadegarant. Verder werd er een nieuw pand gebouwd in Sassenheim. Naast dat pand werd het centrum voor de carrosseriebranche gebouwd. Het bestaat inmiddels niet meer, maar fungeerde destijds als opleidings- en onderzoekscentrum. In deze tijd ontstonden ook de reparatietips, eigenlijk de voorlopers van wat later de alternatieve reparatiemethoden werden.
Draagvlak bij verzekeraars
Het kwam vooral door zijn buitengewoon goede relaties met verzekeraars dat Wybe de rol van FOCWA voorzitter zo goed wist in te vullen. Hoe hij aan die relaties kwam? Wybe: ‘Ik had die contacten al voordat ik bij de FOCWA werkte. Toen had ik een praatclubje met een aantal directieleden van verschillende verzekeraars.’. Met dat clubje gingen ze meestal een keer in het kwartaal een hapje eten om bij te praten. Wybe vertelt dat het in het begin nog best moeizaam ging, maar dat ze wel naar hem luisterden. En dat was bijzonder legt Toine uit: ‘Wybe was een schadehersteller en zij waren verzekeraars. Dat was een grote wereld om te overbruggen.’ Na verloop van tijd gingen ze Wybe steeds meer vertrouwen en vertelden ze hem ook over de problemen die zij ervaarden. Het verbaasde Wybe dan dat zij zich daar druk om maakten. In zijn ogen waren dat hele simpele dingen. ‘Ik ging dat dan oplossen en dan sloegen ze mij op de schouder.’.
Eenmaal bij de FOCWA wist Wybe zijn contacten in de verzekeringswereld verder uit te breiden. Toine: ‘Wybe ging gewoon naar de directies en raden van bestuur van de verzekeraars toe. Hij zocht dat zelf op en dat had daarvoor nog nooit iemand gedaan’. Na verloop van tijd vond Wybe dat Toine ook mee moest met deze bezoeken. Toine merkte toen zelf dat verzekeraars Wybe écht een sympathieke gast vonden, die ook nog eens een goed verhaal had. ‘En zo kregen we daar een beetje draagvlak’ vertelt hij.
Doorn in het oog
Dat draagvlak was wel nodig want Wybe had voor de verzekeraars een hele duidelijke boodschap. Het was in die tijd namelijk gebruikelijk dat consumenten met hun schade naar de garage of dealer gingen. Die ventte de schades vervolgens uit bij de schadehersteller die de beste prijs bood. De beschadigde auto werd dan, vaak met de verplicht via de dealer af te nemen onderdelen in de kofferbak, bij de schadehersteller aangeleverd. Wybe: ‘Dat was voor de schadeherstellers natuurlijk een doorn in het oog.’ En daar wilde hij wat aan doen.
Op de voor hem zo kenmerkende manier begon Wybe eerst de kleinere en later ook de grotere verzekeraars erop te attenderen dat ze de schades beter rechtstreeks naar de herstelbedrijven konden sturen. Hij vertelt: ‘Ik heb écht hele vervelende dingen tegen ze gezegd. Dat ze gewoon stomkoppen waren. Dat ze dingen deden die niet konden en dat dat onfatsoenlijk was. Maar ze hebben me er nooit op afgerekend.’
Revolutionair idee
Wybe werd geenszins afgerekend door de verzekeraars. Zij begrepen namelijk wel dat ze hun schadelast op die manier konden verlagen, maar wilden dan wel weten hoe zij erop konden vertrouwen dat de schadeherstelbedrijven behoorlijke kwaliteit zouden leveren. Het antwoord op die vraag was het FOCWA Garantiefonds. Wybe: ‘We moesten een antwoord hebben voor die verzekeraars. Dus we moesten snel iets bedenken.’ Via het Garantiefonds werd er, de naam zegt het al, garantie gegeven op het schadeherstel. Voor die tijd was dat niet het geval. Dit bleek uiteindelijk een revolutionair idee te zijn dat de hele markt veranderde.

De omslag van het garantiebewijs
Rijksdaalder per garantiebewijs
Toine: ‘Wij hebben toen een fonds opgericht en voor elk afgegeven garantiebewijs betaalde een lid een bedrag van twee gulden vijftig dat in dat fonds werd gestort.’ Daarmee kon de FOCWA een jaar schriftelijke garantie op het herstelwerk geven. Daarnaast werd er een heuse Geschillencommissie in het leven geroepen met een kantonrechter als voorzitter. De ANWB nam namens de consument zitting in deze commissie. De commissie deed een bindende uitspraak. Daar hadden de Garantiefondsleden zich aan gecommitteerd. ‘Het was allemaal echt heel serieus en omdat we het gewoon goed georganiseerd hadden, werden we ook écht serieus genomen.’, aldus Toine.
Herstelbedrijven scouten
Ook moesten er schadeherstelbedrijven geselecteerd worden die aan de hoge eisen van de verzekeraars konden voldoen. Want verzekeraars wilden niet alleen garantie op hoogwaardig schadeherstel, zij wilden bovendien dat hun klanten bij het herstelbedrijf in de watten werden gelegd. Wybe: ’Daarom inventariseerden we de bestaande leden en kreeg de buitendienst de opdracht om leden te scouten die in aanmerking kwamen voor het Garantiefonds.’. Frits weet dat nog goed: ‘Toen ik bij de FOCWA begon waren er circa 50 leden die bij het Garantiefonds zaten. Wij kregen als buitendienst de opdracht om dat aantal binnen een jaar naar minimaal 250 en liefst naar 500 leden op te schakelen.’. Werk aan de winkel dus.
Andere spelers
Ondertussen waren er ook andere spelers in de markt bezig om de schadeherstelsector verder te professionaliseren en op die manier in aanmerking te komen voor schadesturing. Er kwamen verschillende samenwerkingsverbanden tot stand die aan de toenemende vraag van de opdrachtgevers wilden voldoen. Met hulp van lakfabrikanten werden de eerste schadeherstelketens opgericht. Maar echt onafhankelijk waren die organisaties natuurlijk niet. Wybe: ‘Het grote probleem was toen dat die lakketens met elkaar gingen concurreren en dat ging allemaal weer ten koste van het rendement van de schadeherstellers.’ Dat wilde Wybe graag voorkomen en hij nodigde ze dan ook geregeld uit op zijn kantoor om ze te vertellen dat het niet goed was wat ze aan het doen waren. Daar trokken de ketens zich echter weinig van aan en dat veroorzaakte veel onrust in de markt.

Sterrensysteem
Onderdeel van het Garantiefonds was het sterrensysteem. Dat was een soort classificatiesysteem voor schadeherstelbedrijven. Toine: ‘Het was een boekwerk waarin voor elk Garantiefondslid met pictogrammen aangevinkt stond welke extra services dat bedrijf bood. Als je meer uitrusting had, kreeg je meer sterren.‘ Denk hierbij aan een apart toilet, speciaal voor klanten, en een aansluiting op het calculatiesysteem Audatex. Dat alles kwam bovenop het gewone FOCWA lidmaatschap. Wybe bracht het boek naar de verzekeraars en vertelde ze dat daarin de bedrijven stonden waar ze hun schades gerust naartoe konden sturen. Eigenlijk was het te vergelijken met de uitrustingseisen die nu van toepassing zijn in de huidige Branchenormering.
Poppen aan het dansen
De geboorte van het FOCWA Garantiefonds had dus alles te maken met het ontstaan van de schadesturing in Nederland. Steeds meer verzekeraars gingen hierdoor rechtstreeks samenwerken met schadeherstelbedrijven. Leasemaatschappijen deden dat overigens al veel eerder. Het begon bij de relatief kleine verzekeraar Sterpolis en breidde zich langzaam, maar heel zeker, uit naar de grotere verzekeraars zoals Aegon, Achmea en Nationale Nederlanden. Het gevolg daarvan was dat de dealer- en garagebedrijven hun schadewerk – en dus ook een belangrijk deel van de afzet van hun onderdelen – kwijtraakten. En daarmee kwamen de poppen wel een beetje aan het dansen. Wybe: ‘Het was inderdaad heel mooi dat er steeds meer werk rechtstreeks naar de schadeherstellers ging, maar de dealer en garagist begon te mopperen. In die tijd heb ik echt veel verhitte discussies gehad met de voorzitter van de dealerassociatie en met de BOVAG’. Uiteindelijk besloot de FOCWA dat het Garantiefonds de fabrieksgarantie overnam wanneer deze dreigde te vervallen als er gerepareerd werd door schadebedrijven die niet door de dealer of garagist gekozen waren.
Reclamecampagne
De BOVAG liet het daar niet bij zitten. Zij bedachten een plan om het schadewerk alsnog bij de dealers te kunnen houden. Dat deden ze via hun eigen verzekeraar Polis Direct (onderdeel van N.V. Schadeverzekering-Maatschappij Bovemij). Die lanceerde een landelijke reclamecampagne met de gewaagde boodschap dat zij 10% korting op de premie zouden geven voor elke autoverzekering die ze van een ander verzekeraar overnamen. Deze campagne bleek erg succesvol bij de consument. Dat succes stond volgens Wybe en Toine mede aan de wieg van de oprichting van Schadegarant.
Voet bij stuk
Want ook de grote schadeverzekeraars zagen klanten overstappen naar Polis Direct en vreesden een prijzenslag op de autopolis. Dat zou kunnen leiden tot prijserosie waar niemand belang bij had. Maar BOVAG hield voet bij stuk. Zij wilden dat de garagebedrijven en dealers hun klantrelaties bij schadeherstel zouden behouden. Het idee werd toen geopperd om verzekerden dan toch via de dealer en het garagebedrijf te sturen, maar dan wel naar de Garantiefondsbedrijven van de FOCWA. Zo ontstond de Distributiefunctie die vandaag de dag nog steeds deel uitmaakt van het schadesturingsmodel van Schadegarant. Met de oprichting van Schadegarant werd de PolisDirect campagne gestaakt. De sturing bleef dus bestaan, maar wel via het garage- of dealerloket. Dit stond haaks op de ideeën van Wybe en Toine over eerlijke schadesturing.
Een flinke bom
Wybe en Toine waren in die tijd dus helemaal niet gelukkig met Schadegarant. Want dit concept kwam juist op het moment dat hun gedachtengoed eindelijk begon te landen bij verzekeraars en andere opdrachtgevers. Schadegarant legde in hun ogen een flinke bom onder de positie van schadeherstelbedrijven waar zij zo hard voor geknokt hadden. Wybe: ‘Toine en ik hebben uren staan praten voor een volle zaal met Garantiefondsleden om de boodschap over te brengen dat ze vooral niet een contract met Schadegarant moesten tekenen.’. Hij en Toine wilden absoluut niet terug naar de oude situatie waarin de dealer en het garagebedrijf de schades konden verdelen. Toine vertelt dat hun betoog aanvankelijk goed ontvangen werd: ‘Iedereen in de zaal reageerde op dat moment ontzettend enthousiast op ons verhaal. Maar eenmaal buiten deden ze iets heel anders.’. De contracten die Schadegarant aanbood, werden – waarschijnlijk toch uit angst om zonder werk te komen – massaal door de Garantiefondsleden ondertekend. En zo was Schadegarant geboren.

Een van de tekeningen uit de jaren 70 die destijds in het FOCWA pand hingen
Bijna 40 jaar later
Twee jaar na de oprichting van Schadegarant verliet Toine, in 1996, de FOCWA. Hij ging wat anders doen buiten de schade- en verzekeringsbranche. In 2013 keerde hij terug toen BOVAG hem vroeg om te helpen met opzetten van een eigen schadeafdeling. Toine was nu eigenlijk van plan zijn werkzame leven af te gaan bouwen, maar daar kwam onlangs wat tussen: ‘BOVAG en FOCWA zijn inmiddels gefuseerd en ik ben gevraagd om als voorzitter BOVAG Schadebedrijven de nieuwe organisatie op de rails te zetten. Dus ga ik nog een paar jaar door.’. Wybe bleef nog tot 2007 aan als voorzitter bij de FOCWA. Niet lang daarna verkocht hij zijn bedrijf. Hij wilde het wat rustiger aan gaan doen. Maar dat verveelde al snel en hij ging toch weer aan de slag. Met verschillende interim-klussen heeft hij zijn werkzame leven daarna geleidelijk afgebouwd. Met enige weemoed kijkt Wybe terug op zijn tijd bij de FOCWA: ‘Het is vreselijk jammer dat er een einde komt aan zo’n mooie tijd’. En dat beaamt Toine volmondig.

Het laatste adres van de FOCWA was in Woerden

Sinds april 2023 is FOCWA gefuseerd met de BOVAG in Bunnik















